De brigade was de organieke eenheid binnen de Koninklijke Marechaussee waar de dagelijkse praktijk van de werkzaamheden het duidelijkst naar voren kwam. Tot 1945 verrichtte het Wapen voornamelijk civiele rijkspolitietaken. Na de oorlog lag de nadruk vooral op de militaire politietaken, de grensbewaking en de militaire bijstand. In de uitvoering van deze taken speelde de brigadekazerne een belangrijke rol. De kazerne fungeerde als uitvalsbasis, expertisecentrum, cellencomplex en woning. Tot 1945 waren marechaussees en hun gezinnen verplicht gekazerneerd. Na de oorlog kwam langzamerhand een einde aan de bijzondere combinatie van woon- en werkplek. In verband met de individualisering van de maatschappij gingen de marechaussees en hun gezinnen steeds vaker buiten de kazerne wonen. De toenemende beschikbaarheid van voertuigen maakte dit mogelijk.
Gedurende de bijna tweehonderd jaar marechausseegeschiedenis deden zich ingrijpende wijzigingen voor in de functie, de inrichting en de bouwstijl van de brigadekazerne. In Het Wapen onder dak komen alle aspecten van de geschiedenis van de brigadekazerne aan bod en krijgen zij een plaats in de bredere context van de marechausseehistorie.